Wat je meeneemt naar een opnamedag.
Een opnamedag loopt op beslissingen die je vorige week hebt genomen. Dit hoort geregeld te zijn voordat de camera aangaat.
De dag zelf is het leukste deel en het minst stuurbare. Alles wat je vooraf vastlegt, hoef je niet ter plekke te bedenken terwijl acht mensen staan te wachten.
De ruimte
Vraag naar licht, geluid en een plek om spullen neer te zetten. Een vergaderzaal met een glazen wand klinkt hol. Een klaslokaal naast de gymzaal is onbruikbaar tijdens de les. Loop er als het kan een keer doorheen; anders volstaan drie foto's met de telefoon, één van het raam, één van de ruimte en één van het plafond.
De mensen
Leg vast wie er spreekt, wie dat heeft bevestigd en wie het overneemt als iemand ziek is. Eén naam per rol. Vraag of mensen iets aantrekken zonder fijn ruitje of streepje, want dat gaat flikkeren op camera.
Toestemming
Regel vooraf dat je mag filmen en wees duidelijk waar het beeld terechtkomt. Bij kinderen loopt dat via school of ouders, en dat kost tijd. Spreek ook af wat er gebeurt als iemand zich later bedenkt.
Een lijst laat ruimte voor wat er die dag gebeurt. Een draaiboek per minuut maakt daar een probleem van.
Een shotlijst, geen script
Schrijf op welke beelden je nodig hebt om het verhaal te kunnen monteren. Dat is iets anders dan een planning per minuut. Je weet van tevoren niet welk gesprek het beste loopt.
De saaie lijst
- Water voor iedereen die praat.
- Een verlengsnoer, langer dan je denkt.
- Een kledingroller.
- Een tweede opname van het belangrijkste shot, meteen, voordat je verdergaat.
Staat dit, dan gaat de dag over het werk zelf.